Visie op management
Vier nuchtere principes verbeelden onze kijk op management.
Management is een vak
Het belangrijkste instrument van iedere manager is zijn gedrag. Gedrag dat hij bewust inzet om resultaten te halen en mensen in beweging te brengen. Soms op de voorgrond door het goede voorbeeld te geven. Soms ook op de achtergrond om anderen de ruimte te geven te excelleren. Een goede manager maakt zichzelf overbodig. Hij coacht zijn medewerkers naar taakvolwassenheid en het nemen van verantwoordelijkheid. Hij heeft er plezier in anderen te laten presteren en groeien. Hij is duidelijk over wat hij van mensen verwacht. Hij is eerlijk en motiverend in zijn aansturing.
Persoonlijk meesterschap in management
Alleen inhoudelijke kennis van een vakgebied of branche is in de huidige tijd onvoldoende. Een goede manager heeft de brede bedrijfskundige kennis en de vaardigheden, het gedrag en de ervaring om deze kennis daadwerkelijk te laten renderen. Om meesterschap in management te bereiken moet een manager zich op al deze fronten ontwikkelen. Om meester te worden moet je eerst leerling zijn. Dat betekent dat wij van al onze interim managers verwachten dat zij hun eigen ontwikkeling en leerproces als vast onderdeel van hun werk beschouwen. En dat zij in staat zijn om de gehele leercyclus tot en met internaliseren en toepassen van nieuwe kennis en gedrag succesvol te doorlopen. Zodat zij vervolgens in hun opdrachten onze klanten en hun medewerkers kunnen helpen om op vergelijkbare wijze te groeien en te verbeteren. Managementervaring in verschillende sectoren en op verschillende niveaus zijn daarbij belangrijk. Een vakvolwassen manager is een manager die naast een specifieke branche-achtergrond ook ervaring heeft opgedaan in andere branches/disciplines.
Groei van organisatie, team en individu
Organisaties kunnen alleen groeien wanneer de medewerkers groeien. Managers moeten deze groei stimuleren, richten en faciliteren. Om dit te kunnen zal de manager ook zelf groei moeten doormaken. Zonder groei van het management en zijn teams en medewerkers, geen groei van de organisatie. De groei is blijvend doordat de interventies van de managers zich niet richten op een eenmalige leercyclus, maar op het continu leren van organisatie, team en individu.
Leren is experimenteren
Een goede manager daagt zijn medewerkers uit om de grenzen te verkennen. Met als doel: effectiever, efficiënter, meer resultaat, meer plezier. Ruimte om te leren is hiervoor de voorwaarde. Leren door te doen: experimenteren in de dagelijkse praktijk. Binnen duidelijk vooraf aangegeven kaders. Fouten maken mag, maar liever niet 2 keer achter elkaar. De manager ondersteunt zijn medewerkers bij hun professionele ontwikkeling door met hen indivduele ontwikkelingsafspraken te maken, door hen te coachen en door een setting te creëren waarin leren door te experimenteren de norm is. Maar niet vrijblijvend! Hij spreekt zijn medewerkers aan op het afgesproken resultaat.